Gebruikelijk loon voor dga stijgt naar € 47.000

Het ‘gebruikelijk loon’ dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) in principe hoort te verdienen gaat in 2021 opnieuw omhoog. Dit jaar is het standaardbedrag nog € 46.000, maar in 2021 wordt dat € 47.000. Het bedrag stijgt voor het tweede jaar op rij.

De regeling voor gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap en ook werk doet voor diezelfde onderneming. Zij moeten in de loonaangifte een salaris opnemen dat ‘gebruikelijk’ is voor hun werkzaamheden. Voor 2021 geldt dus een salaris van € 47.000 als richtlijn.

Dga moet lager loon zelf aannemelijk maken
Om te zien wat een gebruikelijk loon is, kijkt de Belastingdienst volgens de reguliere regels naar het salaris van een werknemer in de ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’. Dat is iemand in loondienst met een functie die lijkt op die van de dga, maar die geen aanmerkelijk belang heeft. Is een hoger loon dan € 47.000 gebruikelijk, dan moet de dga het loon stellen op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Of op het salaris van de werknemer van de bv of een verbonden vennootschap die het meest verdient.
Een dga mag wel een lager loon hanteren dan € 47.000, maar dan moet hij wel aannemelijk kunnen maken dat dit lagere loon gebruikelijk is. Dat kan bijvoorbeeld met gegevens uit vacatures of andere data over de arbeidsmarkt. Dga’s die meer zekerheid willen over welk loon zij moeten opnemen in de loonaangifte, kunnen de inspecteur vragen om vooroverleg.

Aparte rekenformule gebruikelijk loon in 2020
Voor het coronajaar geldt een bijzondere regeling voor het bepalen van het gebruikelijk loon. Dga’s die zijn gedupeerd zijn door de coronacrisis mogen hun salaris via een rekenformule namelijk baseren op de omzet. Dit mag niet met terugwerkende kracht, dus het is op dit moment alleen nog mogelijk voor de laatste loonaangiften van het jaar 2020. Volgens het kabinetsbesluit loopt deze bijzondere regeling af op 1 januari 2021. Of dga’s dus ook volgend jaar met een soortgelijke formule mogen rekenen is nu nog onduidelijk. Al is er wel al verschillende keren om duidelijkheid gevraagd in de Tweede Kamer. Het kabinet heeft laten weten dat zij in het eerste kwartaal van 2021 beziet hoe er wordt omgegaan met de fiscale steunmaatregelen die eind 2020 aflopen. Voor de vaste reiskostenvergoeding is echter nu al besloten dat die ook in januari 2021 nog onbelast mag doorlopen.

 

Bron: Rendement



Neem contact met ons op


Novens nieuws

Van der Plas kan u helpen met o.a.